Waar zouden we zijn zonder een callsign

Vooral in de telecommunicatie word er gebruikt gemaakt van een callsign. De roepnaam in letters en cijfers voor herkenning op de verschillende frequenties. In de moderne tijd waar we in leven word er nog steeds gebruik gemaakt van deze oude manier om jezelf kenbaar te maken.

In de scheepvaart gebruiken veel vrachtschepen een call, deze wordt tegenwoordig digitaal uitgezonden via de marifoon. Deze code word uitgezonden via het ATIS systeem. Het is verplicht voor binnenvaart schepen van 20 meter en langer. Voor de zeevaart word de code uitgezonden door een MMSI systeem.

In de luchtvaart gebruiken we ook een herkenbare naam. In de meeste landen identificeren particuliere vliegtuigen zich met roepletters, die overeenkomen met de vliegtuigregistratie (ook het staartnummer genoemd). De vliegtuigregistratie bestaat uit een prefix dat aangeeft in welk land het vliegtuig geregistreerd is, gevolgd door een unieke combinatie van letters/cijfers (voor Nederland is dat “PH” (Pays Bas en Holland), gevolgd door drie letters bij motorvliegtuigen, of cijfers bij overige luchtvaartuigen). Voor het uitspreken van de radioroepnaam wordt het ICAO-spellingsalfabet gebruikt. Voorbeeld: een vliegtuig met de registratie PH-ARG meldt zich met “pappa hotel alpha romeo golf”.

Commerciële luchtvaartmaatschappijen gebruiken een speciale drieletterige maatschappijcode die bij de International Civil Aviation Organization (ICAO) is geregistreerd en in combinatie met een vluchtnummer wordt gebruikt. Zo gebruikt een vlucht van de KLM met vluchtnummer ‘838’ de roepnaam “KLM eight three eight” (ICAO-aanduiding: KLM838). De radioroepnaam komt niet altijd overeen met de drielettercode en/of de naam van de maatschappij: zo is de radioroepnaam van Brussels Airlines “Bee-line” (drielettercode: BEL), South African Airways “Springbok” (drielettercode: SAA), China Airlines “Dynasty” (drielettercode: CAL), Aer Lingus “Shamrock” (drielettercode: EIN) en van British Airways “Speedbird” (drielettercode: BAW).

En als zendamateur gebruik je ook een call. Deze maakt het mogelijk het desbetreffende station te identificeren en op te zoeken in het callsign boek of online. Een belangrijk onderdeel want als amateur mag je alleen communiceren met een ander amateur station. En niet met een zogenaamde piraat. Het gaat hier om de gangbare combinaties van PA tot en met PH, PI4, PI5 en PI9. Velen gebruiken hun voor en achternaam verwerkt in de roepnaam.

Ook op de 11 meter word er gewerkt met een call. Daar werken we met divisie nummers. Het eerste getal geeft aan vanuit welk land het station uitzend. In Nederland is dat 19…. en in België 16….. Op deze pagina vind je alle nummers die er zijn met de bijbehorende landen. Vaak word of ben je lid van een DX club en gebruik je de letters van de vereniging. Alfa Tango, Suger Delta, India Golf, Romeo foxtrot en natuurlijk de belangrijkste Whiskey Romeo Charlie. :). Ook kun je deze calls vaak terug vinden op het internet via een persoonlijke webpagina of 1 van de DX Clusters. Zo kun je als je luistert op de band gelijk al herkennen uit welk land en bij welke club het station is aangesloten. De laatste cijfers verwijzen naar het desbetreffende station.

Zo zijn er nog veel meer toepassingen van identificatienummers denk aan de hulpdiensten zoals politie en brandweer. Maar ook in het leger word er gebruikt van gemaakt. Daar gebruiken ze een tactische call want je wil immers niet laten weten waar je zit. Want de vijand luistert mee.

Gelukkig hebben de mensen om je heen een naam, want je kind of huisdier een naam met cijfers en letters is niet echt handig….:) Maar er zullen vast mensen zijn die het nog doen ook.

Delen is aardig...